Monument ter ere van de gebroeders Van Eyck

Het monument ter ere van de gebroeders Hubert en Jan Van Eyck, de schilders van het Lam-Godsretabel in de Sint-Baafskathedraal te Gent, werd door koning Albert plechtig onthuld op 9 augustus 1913. De architectuur is van de hand van Valentin Vaerwyck; de beeldengroep van Geo Verbanck. Zij hadden pas in 1912 de opdracht voor dit monument gekregen van schepen Jozef Casier, voorzitter van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten en directeur van de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Die Wereldtentoonstelling was de gelegenheid bij uitstek om de stad een facelift te geven op urbanistisch en op architecturaal vlak. De ogen van de hele wereld zouden op Gent gericht zijn en voor de cultuur- en kunstminnende organisatoren van de Expo was dat dan ook het uitgelezen moment om gepaste aandacht te besteden aan de schilders van het wereldberoemde retabel. Een speciaal comité werd opgericht om fondsen te verzamelen uit kringen van kunst en geschiedenis, zoals musea, academies, universiteiten en particulieren uit binnen- en buitenland, om op het pleintje vóór het Geeraerd de Duivelsteen, in de onmiddellijke nabijheid van de kathedraal, een monumentaal gedenkteken te realiseren, de beide schilders waardig.

Architect Valentin Vaerwyck (1882-1959), lid van de Stedelijke Commissie, restaurateur van de Belforttoren en ontwerper van onder meer de historische wijk "Oud-Vlaendren" op de Wereldtentoonstelling, kreeg van zijn voorzitter de opdracht het architecturaal gedeelte van het monument uit te tekenen. Voor het beeldhouwwerk trok Vaerwyck zijn confrère uit de Sint-Jorisgilde, Geo Verbanck (1881-1961), aan, met wie hij trouwens reeds vroeger had samengewerkt.

De uitvoering van dat monumentaal geheel in de spanne tijds die nog restte vóór de opening van de Wereldtentoonstelling, werd een heksentoer.

In het voorontwerp dat Verbanck en Vaerwyck in maquettevorm ter beoordeling hadden uitgewerkt, overheerste de typische, vrij zware stijl van Vaerwyck. Vaerwyck had een gebogen muur voorgesteld als een soort beschutting waarbinnen Verbanck het Lam Gods centraal had opgesteld, aan beide zijden benaderd door eerbiedig buigende groepen figuren. Het centrale paneel van de polyptiek had wellicht als inspiratiebron gediend, wat van het monument een nieuwe huldeblijk aan het Lam Gods maakte en niet aan de schilders. Het voorontwerp werd dus afgekeurd, waarop Verbanck en Vaerwyck het uiteindelijk uitgevoerde monument ontwierpen waarin de gebroeders Van Eyck centraal staan.

Hubert en Jan Van Eyck zitten op een troon in de typische klederdracht van hun tijd, wat de renaissance van de Vlaamse kunst suggereert. Aan beide zijden beklimmen mannen, vrouwen en kinderen de trappen. Zij zijn gekleed in lichte draperingen en dragen bloemenslingers. Verbanck heeft met zijn naakte en halfnaakte figuren de universele mensheid willen symboliseren. Man, vrouw en kind zijn daarenboven het symbool van alle generaties, zonder beperking in de tijd. Ontdaan van alle uiterlijke tekenen van vermeende macht, is de hulde van die generaties dus het meest volmaakte wat men zich kan indenken. detailfoto's

In zijn "Opstellen over plastische kunst" van 1931 loofde Gaston De Knibber vorm én inhoud van het monument : "De groote waarde van het complex als gebeeldhouwd geheel dient zonder aarzelen erkend. De sierlijke stijl, de golvende, zachte lijn, het edel bewerken der materie tot rustig-ademend leven, de gesynthetiseerde schoonheid van de figurengroep, bewijzen dat de beeldhouwer die zulks verwezenlijkte een kunstenaar is met diep beleven en met onbegrensde techniek. Wat meer is, het opgelegd symbool werd uitmuntend verzinnelijkt: de moderne menschheid, krachtige mannen, ontbolsterd van de schelpen van afhankelijkheid, zich zelf bewust en vrij in hun bewegingen, slanke vrouwen met eigen waardigheid, glunderende kinders, brengen hun rozenhulde aan de stijve, in-zich-zelf-gekeerde, strak-plechtige, middeleeuwsche patriciërs-artisten." Ook in het Guldenboek dat door Drèze in 1913 als aandenken aan de Wereldtentoonstelling werd uitgegeven, werden kunstwerk en kunstenaar uitvoerig geprezen. Van dan af werd Geo Verbanck algemeen erkend als een groot kunstenaar en ging zijn carrière in stijgende lijn.

© Anthony Demey, Stichting Geo Verbanck

terug naar volronde beelden